Een eeuw mode- en vrouwengeschiedenis in een notendop

Le Petit Echo de la Mode
Een eeuw mode- en vrouwengeschiedenis in een notendop

Dit artikel is verschenen in Magazine En Route (najaar 2015)

Met Le Petit Echo de la Mode bezat Frankrijk een gezaghebbend modetijdschrift dat zich meer dan een eeuw wist te handhaven tot het in 1983 moest stoppen door te lage verkoopcijfers. De verschenen edities zijn nu gewilde verzamelobjecten en geven bovendien een uitstekend beeld van de sociaal-maatschappelijke veranderingen in de positie van de vrouw.

intro La Petit Echo de la Mode

Le Petit Echo de la Mode wordt in 1880 opgericht. De nummers verschijnen wekelijks en rond 1900 is er al een oplage van 300.000 exemplaren bereikt. Een halve eeuw later is dat aantal zelfs gestegen naar anderhalf miljoen exemplaren. Het magazine besteedt niet alleen aandacht aan mode voor vrouwen. Het hele gezin komt aan bod, al wordt de vrouw als lezeres duidelijk aangesproken. Niet gek, want decennia lang is zij de centrale figuur in het huiselijke domein. Naast mode is er aandacht voor la cuisine met heerlijke recepten, le ménage met aandacht voor de nieuwste huishoudelijke apparatuur en la lecture met recensies van boeken.
De covers van het tijdschrift door de jaren heen geven niet alleen een fraai beeld van de veranderingen op modegebied, maar illustreren ook de positie van vrouwen tussen 1880 en 1983.

Rose Bertin maakt Parijs hoofdstad van de mode
Zoals de BBC serie The Story of Women and Art in 2014 terecht benadrukte, was het Rose Bertin (1747-1813) die ervoor zorgde dat Parijs de internationale hoofdstad van de mode werd. Al is zij inmiddels in de vergetelheid geraakt, tijdens het ancien régime wist deze Franse dame zich op te werken van een meisje uit de marchande de modes tot een internationaal beroemde modeontwerpster in Parijs. Helaas maakt de Franse Revolutie een eind aan haar carrière.

In de 19e eeuw heeft de ideale vrouw geen beroep. Als toegewijde echtgenote en moeder is zij de koningin van het privédomein en beantwoordt zij volledig aan de vier pijlers van The Cult of True Womanhood, de vier kardinale deugden voor vrouwen: vroomheid, kuishuid, huiselijkheid en onderdanigheid. Van alle vrijheden die vrouwen in het ancien régime genoten, is niets meer over. Deze trend heerst tussen 1820 en 1860 en wordt bekrachtigd in tijdschriften, kranten en boeken.

afb. 1 Marie Antoinette door Elisabeht Vigée-LeBrunafb. 2 Madame Recamier door François Gérard
afb.1                                                  afb.2

Van ancien régime naar fin de siècle
Het modebeeld illustreert de sociaal-maatschappelijke verandering in de positie van de vrouw goed. Na de buitensporige creaties uit het ancien régime (afb. 1) en de losse, neoklassieke gewaden uit de empiretijd (afb. 2) zien we tussen 1820 en 1860 de ingesnoerde en steeds kuisere mode. Men streeft ernaar de torso zo klein mogelijk te houden. Om de taille smaller te laten lijken, worden de rokken steeds volumineuzer, met als hoogtepunt de komst van de crinoline (afb. 3). De talloze onderrokken maken het bewegen haast onmogelijk, maar ledigheid van vrouwen toont de sociaal hoge status van haar echtgenoot. De draagster van deze kleding kan niet anders dan er een stoet bedienden op nahouden om haar te helpen. De enige bezigheid die een vrouw van goeden huize mag hebben, is het moederschap. Het is zeker geen toeval dat de crinoline juist nu mode wordt. De extra brede heupen verwijzen indirect naar de vruchtbaarheidsfunctie van vrouwen.

afb. 3 crinoline afb. 3

De crinoline blijft ongeveer vijftien jaar in de mode en verandert regelmatig van vorm, maar altijd is de rok aan alle kanten even wijd, de taille slank en het lijfje nauwsluitend. Vanaf 1865 verandert het model van de rok ingrijpend. De stof wordt naar achteren, in draperieën, gedragen zodat de rok aan de voorkant min of meer recht valt. Deze wijze van stof draperen wordt aangeduid met het begrip tournure en is goed zichtbaar op het schilderij La Parisienne (afb. 4) van Auguste Renoir uit 1874.

afb. 4 La Parisienne door Auguste Renoirafb. 5 A
afb.4                                               afb.5

Tijdens de eerste jaren waarin Le Petit Echo de la Mode verschijnt, is de tournure (in de volksmond queue de Paris) volop aanwezig in het modebeeld (afb. 5). Zoals de covers van het tijdschrift aantonen, worden de tailles steeds strakker en verdwijnt de tournure tegen het einde van de 19e eeuw. De rokken vallen nu in een vrij sluike kloklijn over de heupen. De borst wordt naar voren gedrukt en moet vol zijn. Als je op dit gebied weinig te bieden hebt, kan worden volstaan met veel afhangende kanten ruches om toch een vol effect te bereiken. De schouders worden breder door de grote pofmouwen, die soms met kussentjes gevuld worden. Dit heeft als gevolg dat de ingesnoerde taille nóg smaller lijkt. Rond 1895 zijn de tailles het dunst, met een omvang van amper 50 cm. Sommige vrouwen laten zelfs hun onderste ribben operatief verwijderen. Uiteraard komt dit de gezondheid niet ten goede en zijn er steeds meer stemmen te horen die andere kleding eisen.

Reformkleding wordt haute couture
Tijdens de bloeitijd van de art nouveau zien we de kenmerkende zweepslaglijn doorgevoerd worden in het modebeeld. De taille is vrij smal, waardoor het korset verplicht blijft. Toch wordt er ook praktische kleding gecreëerd. Er komen losse rokken, bloezen en jasjes die gemakkelijk te dragen zijn bij het wandelen, tennissen en fietsen. Deze verandering gaat gelijk op met de suffragettebeweging (eerste feministische golf). Vrouwen uit de gegoede klassen roepen op tot stemrecht (suffrage), onderwijs en gelijke lonen. Ook propageren zij een gezond en esthetisch ontwikkeld lichaam. Hieruit ontstaat de zogenaamde reformkleding die een fel protest is tegen de wespentaille.

afb. 6 Prent uit Les choses de Paul Poiret afb.6

In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog verdwijnt het korset uit het modebeeld. Het is vooral Paul Poiret (1879-1944) die ontwerpen maakt waarbij het korset overbodig is, hoewel gezondheidsredenen voor hem nauwelijks een rol spelen. Zijn kleding geeft vrouwen veel bewegingsvrijheid (afb. 6). Voor Poiret is kleding een vorm van kunst. Zijn jurken zijn sensationeel vergeleken met de gangbare, ingesnoerde mode. Poiret laat zich vooral inspireren door de Ballets Russes en de sprookjes van duizend-en-één nacht. Hij voert de harembroek in, inspireert mantels en jasjes op de kimono en zet dames een tulband op. In zijn vormgeving loopt hij vooruit op de roaring twenties.

De grote rivaal van Paul Poiret en in alles zijn tegenpool is zonder twijfel Coco Chanel (1883-1971). Zij ontwerpt vooral eenvoudige en draagbare kleding, zó tijdloos dat je haar creaties nog steeds kunt dragen. Chanel laat zich niet inspireren door het verleden of exotisme, maar door herenkleding. Ook gebruikt zij nieuwe stoffen zoals jersey. Dit maakt haar hét icoon van de bevrijde vrouw die streeft naar gelijkwaardigheid. In 1917 knipt zij als een van de eerste vrouwen haar haren kort. Het wordt al snel een rage en luidt het tijdperk van les garçonnes (flappergirls) in.

afb. 7 petit echo aug. 1926afb. 8 petit echo april 1929
afb.7                                                        afb.8

De Eerste Wereldoorlog mag dan de strijd van de suffragettes hebben stopgezet, tijdens de oorlog hebben vrouwen laten zien dat ze hun mannetje staan, en na de oorlog zijn ze geenszins van plan terug te keren naar het privédomein. The New Woman is volop aanwezig in de maatschappij, in tegenstelling tot The True Woman in de 19e eeuw. Tijdens de roaring twenties introduceert Chanel de korte rok die net onder de knie komt, ontwerpt sieraden van goedkope materialen en lanceert een parfum van synthetische geurstoffen. Le Petit Echo de la Mode volgt deze vernieuwingen op de voet en laat zich door Chanel inspireren. (afb. 7 en 8)

afb. 9 petit echo 1935afb.9

In de jaren dertig worden de rokken weer langer. Brede schouders en smalle heupen worden het schoonheidsideaal. De japonnen zijn recht en slank zoals de kleding van Hollywood filmsterren (afb. 9). Het haar wordt glad gekapt, want een klein hoofd versterkt de indruk van lengte. Ook komen synthetische stoffen op, zoals kunstzijden kousen.

Parijs houdt de leidende rol als modestad
Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog treedt overal schaarste op. Kleding gaat op de bon en mode is zinloos geworden. Van hoog tot laag moeten vrouwen hun oude kleren dragen of van uitgehaalde wol nieuwe stukken breien. Le Petit Echo de la Mode uit november 1940 toont een lachende moeder die haar dochter leert breien (afb. 10). Kousen zijn schaars en veel vrouwen lopen met blote benen. Sommigen verven zelfs hun benen bruin en tekenen er een achternaad bij om het effect van kousen te bereiken. Anderen dragen een lange broek, een mannenkledingstuk dat vrouwen eigenlijk niet behoren te dragen. De kleding in de oorlogsjaren is sober, eenvoudig en vooral praktisch. De haute couture heeft het zwaar. De Duitsers willen van Berlijn of Wenen de internationale hoofdstad van de mode maken, maar dat lukt hen niet. Parijs blijft overeind staan, zij het moeizaam.

afb. 10 petit echo nov 1940afb. 11 petit echo april 1951
afb.10                                                      afb.11

Na de oorlog wordt Europa geholpen bij de wederopbouw door Amerika, via het Marshallplan. De Verenigde Staten worden toonaangevend op veel vlakken, maar niet op het gebied van de mode. Door de oorlog heeft de Amerikaanse mode-industrie zich weliswaar kunnen ontwikkelen, maar zij richt zich niet zozeer op haute couture. Zij houdt zich vooral bezig met casual wear en confectiekleding. Het is Christian Dior die Parijs in 1947 weer de leidende rol in de modewereld geeft. Als reactie op de oorlogsmode ontwerpt hij een zeer vrouwelijke ligne corolle met een ingesnoerde taille, immens wijde rokken, gladde lijfjes, hooggehakte schoenen en een kleine hoed. De New Look van Dior is een grote sensatie, vrouwen kunnen weer vrouw zijn. Zelfs het korset komt heel eventjes terug. Ook Le Petit Echo de la Mode is in de ban van Dior (afb. 11). Toch is het niet de mode die alle vrouwen wensen.

Chanel gruwt van de New Look. De Eerste Wereldoorlog had de vrouwenemancipatie gestimuleerd waardoor The New Woman tijdens de roaring twenties geboren kon worden. Het symbool van vrijheid werd de korte rok. Met zijn New Look lijkt Dior terug te willen naar de rustige tijden van The True Woman toen vrouwen thuis bleven. De sociaal-maatschappelijke druk op de vrouw als ideale moeder en perfecte echtgenote lijkt deze mode te onderstrepen.

Echter, niet alle vrouwen kunnen en willen hun pas verworven vrijheden opgeven. Door het gebrek aan mannen zijn veel vrouwen gedwongen om te werken. In het midden van de jaren vijftig maakt Chanel een enorme comeback met haar comfortabele mantelpakjes (afb. 12) van mannelijk tweed, die stevig omarmd worden door de werkende vrouwen en een voorbode vormen voor het feminisme van de daaropvolgende jaren.

afb. 12 Coco Chanelafb.12

Het einde van Le Petit Echo de la Mode
De sociale druk van de jaren vijftig, maar ook de uitvinding van de pil, leiden onherroepelijk tot de emancipatiebewegingen van de jaren zestig en zeventig (tweede feministische golf). De mode gaat weer radicaal om. Naast de introductie van de ultrakorte rok in 1962 zorgt Yves Saint Laurent een paar jaar later dat vrouwen eindelijk broeken kunnen dragen. Door de hippiebeweging van de jaren zeventig worden stoffen met hele wilde patronen, gebaseerd op Popart en psychedelische Opart, erg gewild. Ook ‘mode van de straat’ krijgt steeds meer invloed, met als sterkste voorbeeld de spijkerbroek en het T-shirt.

In de jaren tachtig krijgt de punkbeweging invloed op de mode, scheuren in jeans en het dragen van ondergoed als bovenkleding sijpelen in mildere vorm door naar het bredere publiek. De tijd dat er slechts één soort kleding in de mode was, is voorgoed voorbij. Daar komt nog bij dat vrouwen de corporate ladder gaan beklimmen en power-dressing nodig hebben. De eerste fase van de tweeverdieners dient zich aan en de yup komt op. Het moge duidelijk zijn dat vanaf de jaren tachtig het bestaansrecht van Le Petit Echo de la Mode verdwijnt.

© Karin Haanappel (2015)

Om de PDF te bekijken uit Magazine En Route: ER145-LePetitEchoDeLaMode-KarinHaanappel. (de witte pagina is een lege advertentie pagina)

Interview voor de Vrije Academie: Karin Haanappel over het Impressionisme

Vrije Academie docente Karin Haanappel over het Impressionisme

interview karin haanappel vrouwelijke impressionisten

L’Impressionnisme? C’est féminine!

Docente Karin Haanappel studeerde Algemene Letteren en Kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht, waar zij in 1994 afstudeerde op het oeuvre van de Franse beeldhouwster Camille Claudel (1864-1943). Sindsdien doet zij onderzoek naar de (vergeten) vrouwelijke kunstenaars en brengt deze in haar colleges, lezingen, boeken en artikelen onder de aandacht. In 2009 richtte zij het Instituut voor Vrouwelijke Kunstgeschiedenis op en in 2012 publiceerde zij het baanbrekende boek Herstory of Art. Voor de Vrije Academie verzorgt zij al jaren colleges, studiedagen en lezingen over vrouwelijke kunstenaars.

Welke rol speelt het impressionisme in jouw werk?

De tweede helft van de negentiende eeuw en het fin-de-siècle heeft altijd een aantrekkingskracht op mij gehad. Dit zijn tevens de jaren waarin het impressionisme in Frankrijk is geboren en groot geworden. Tijdens het onderzoek voor mijn biografie over Camille Claudel (verschijnt medio 2016) heb ik ontdekt dat veel vrouwelijke kunstenaars ware pioniers zijn geweest. Zo is Claudel zonder twijfel toonaangevend geweest binnen de Art Nouveau. Mijn volgende biografie gaat over de vrouwelijke impressionist Berthe Morisot. Interessant om te ontdekken dat de kunstcriticus Gustave Geffroy in 1881 schrijft: “Niemand vertegenwoordigt het impressionisme met meer talent en meer autoriteit dan Berthe Morisot”.

Bien-fini op de jaarlijkse Salon

In negentiende-eeuws Parijs is het gebruikelijk dat kunstenaars hun werk insturen voor de jaarlijkse Salon (l’exposition). Succes op de Salon betekent doorgaans ook een succesvolle carrière. Wanneer mannelijke kunstenaars impressionistisch werk inleveren, wordt dit veelal afgewezen door de juryleden omdat het volledig indruist tegen de academische werkwijze. De schilderijen zijn niet ‘bien-fini’ geschilderd, maar hebben een losse penseelvoering, een licht kleurgebruik en tonen een vluchtige impressie van het moment. Het werk van vrouwelijke impressionisten daarentegen wordt juist wel toegelaten, maar om verkeerde redenen. Sinds 1607 was het vrouwen verboden om onderwijs te genieten aan kunstacademies. Om te bewijzen dat vrouwen ‘in de schets zijn blijven hangen’ en daarom geen perfectie kunnen bereiken besluit de jury hun werk juist te tonen op de Salon zodat het publiek kan zien dat genialiteit geen vrouwelijke kwaliteit is. Ironisch om te constateren dat het publiek deze schilderijen juist geweldig vindt en graag koopt.

Wat spreekt jou het meest aan in het impressionisme?

Het impressionisme toont vaak een bepaalde joie de vivre of om de woorden van Auguste Renoir aan te halen: “De wereld is een feest van kleur. Er is al ellende genoeg in de wereld, waarom deze ook nog op het doek zetten?” Naast dat is het impressionisme een schitterende verbeelding van de tijdgeest waarin de kunstenaars leefden. Het alledaagse in plaats van historische taferelen zijn het onderwerp. Daardoor is het mogelijk om bijvoorbeeld aan de hand van schilderijen het Parijs van Haussmann binnen te wandelen, de huizen van haute bourgeoisie te verkennen, van het uitgangsleven te genieten of pittoreske dorpjes te bezoeken.

Kennen we in Nederland ook impressionistische schilders?

Zeker weten, het impressionisme is een internationale stroming en ook Nederland kent vertegenwoordigers. Bekende namen zijn Jongkind, Mauve, Breitner, Israëls en de gebroeders Maris om er een paar te noemen. En niet te vergeten vrouwelijke impressionisten zoals Arina Hugenholtz of Wally Moes. Het Singer Museum in Laren heeft fraaie werken van deze dames in hun eigen collectie.

Wat is jouw lievelingsschilderij?

Ik heb niet echt een lievelingsschilderij of een lievelingsschilder. Maar als ik er dan toch een zou moeten kiezen, dan wordt het een schilderij van Eva Gonzalès: Het ontwakenuit 1877/78. Het werk bevindt zich in de Kunsthalle in Bremen en heeft mijn aandacht vanaf het eerste moment getrokken. De dromerige blik waarmee de net ontwaakte jonge vrouw voor zich uitstaart in de schemering van ochtend vind ik perfect gevangen door de kunstenares.

Klik hier om het interview op de website van de Vrije Academie te lezen.

VOORJAAR 2016 

Korte collegereeks Les Femmes Impressionnistes in Amsterdam, Utrecht en Den Bosch 

collegereeks vrouwelijke impressionisten by karin haanappel

De (vergeten) vrouwelijke impressionisten door Karin Haanappel

Halverwege de negentiende eeuw ontstaat in Parijs een artistieke beweging in de schilderkunst die volledig indruist tegen de academische werkwijze. De schilderijen zijn niet ‘bien-fini’ geschilderd maar hebben een losse penseelvoering, een licht kleurgebruik en tonen een vluchtige impressie van het moment. Vanaf 1874 wordt deze beweging aangeduid met de term impressionisme. Vrouwen als Berthe Morisot (1841-1895), Mary Cassatt (1844-1926)  en  Eva Gonzalès (1847-1883)  hebben ook een belangrijk deel uitgemaakt van Les Impressionistes.

Tijdens deze korte collegereeks van Karin Haanappel hoort u over deze drie vrouwelijke impressionisten, aangevuld met de minder bekende Marie Bracquemond (1840-1916). We nemen het leven & oeuvre van deze vier vrouwen onder de loep en plaatsen het in de context van de tijd waarin zij leefden.

Bij de groep impressionisten denken we onwillekeurig aan mannelijke schilders: Monet, Renoir, Degas, Sisley, Pissarro, … etc. Dat ook vrouwen deel uitmaakten van deze Parijse beweging is veel minder bekend. Vanaf het begin heeft Berthe Morisot (1841-1895) deel uitgemaakt van Les Impressionistes. Zij was niet alleen één van de belangrijkste vertegenwoordigers, maar kan ook gezien worden als een pionier van het impressionisme. Ook de Amerikaanse Mary Cassatt (1844-1926) heeft een belangrijke rol gespeeld. Naast haar vernieuwende werk stimuleerde zij Amerikaanse verzamelaars om werk van de impressionisten te kopen. Dankzij haar is het impressionisme populair geworden in de Verenigde Staten. De helaas jong gestorven Eva Gonzalès (1847-1883) is tegenwoordig bekend als de enige leerlinge van Edouard Manet, maar zij was zoveel meer dan dat. Onderzoek wijst zelfs uit dat zij, net als Berthe Morisot die met Manets broer trouwde, een grote inspiratiebron is geweest voor Manet en hij door hen impressionistisch is gaan schilderen! De minder bekende Marie Bracquemond (1840-1916) heeft het impressionisme altijd vurig aangehangen. Zij heeft aan verschillende tentoonstellingen deelgenomen en haar werk verdient het om weer voor het voetlicht geplaatst te worden.

Deze week spreekt Karin Haanappel in NRC Handelsblad

Op 8 maart 2011 gaf ik een lezing voor de Kunst Historische Salon in Kunsthuis Rosmalen over ‘Van Venus tot Nana, het vrouwbeeld in de kunstgeschiedenis’. Het Kunsthuis was bomvol ondanks dat het in Brabant volop carnaval was.

van Venus tot Nana door Karin Haanappel

De avond voor deze lezing verscheen er in NRC Handelsblad een interview: Deze week spreekt Karin Haanappel. Je ziet de vrouwen krimpen, in de oude Egyptische kunst. Het interview was afgenomen door Liesbeth Koenen die er een mooi artikel van had gemaakt voor de rubriek ‘Deze week spreekt/ De lezing’. De volgende ochtend, op 8 maart zelf, zette NRC Next Krimpende vrouwen boven dit interview. Om het interview te lezen, klik op deze link: NRC_03_07_2011_artikel_Karin_Haanappel[1]

geboorte van Herstory of Art by Karin Haanappel

Op vrouwendag 8 maart 2012, tijdens volle maan, is mijn boek ‘Herstory of Art’ geboren, ‘s morgens in de uitzending van KoffieMAX (klik hier) heb ik al een tipje van de sluier opgelicht en ‘s avonds in het Singer Theater in Laren, na een wervelende lezing, heeft het boek het levenslicht mogen aanschouwen! Het boek kan gekocht worden in de boekwinkel en via internet. Voor een gesigneerd exemplaar, mail naar: info@herstoryofart.nl

© Karin Haanappel

Elisabeth Sonrel ontdekt, lees meer op weblog Arte delle Donne

Afgelopen woensdag toen ik mijn les over Art Nouveau posters & affiches aan het voorbereiden was en op zoek ging naar HR afbeeldingen via google, kwam ik op een Franse website vol prachtige afbeeldingen. Ineens zag ik haar naam: Elisabeth Sonrel, het stond geschreven tussen Alphonse Mucha, Jules Chéret, Henri Toulouse-Lautrec…..

7316948278_9a4e44f9ce_o

Gefascineerd door het feit dat er een vrouwelijke Art Nouveau kunstenaar rond 1900 werkzaam was geweest, ben ik me verder gaan oriënteren. Al snel kwam ik erachter dat haar werk erg populair was in het Fin-de-Siècle en de laatste 20 jaar weer aan belangstelling toeneemt. Haar werken doen het goed bij de internationale veilinghuizen, al leveren ze (nog) geen hoofdprijzen op. De informatie rondom haar persoon is summier en soms ook foutief. Sotheby’s laat haar geboren worden in het jaar 1874 (dat klopt) en sterven in 1974 (dat klopt niet, zij stierf in 1953). Renoir Fine Art Inc. heeft een biografie over haar gepubliceerd en schrijft dat zij leerlinge is geweest van Jules Lefvbre (dat klopt) aan de Académie des Beaux-Arts. Dat laatste kan niet kloppen want de Académie was destijds nog niet toegankelijk voor vrouwelijke leerlingen. In mijn boek ‘Herstory of Art‘ staat dat uitgelegd. Omdat ik weet dat Lefvbre ook gedoceerd heeft aan de Académie Julian (die wel open stond voor vrouwen) heb ik daar in het archief gekeken of Elisabeth Sonrel genoemd werd. En voilà: zij is in 1892 afgestudeerd aan de Académie Julian en haar ‘meesterwerk’ wordt nog steeds bewaard in het Musée des Beaux-Arts in Tours, haar geboorteplaats.

kalender 1904 Elisabeth Sonrel

Haar werk spreekt mij enorm aan en maakt mij erg nieuwsgierig naar de persoon erachter. Diezelfde dag heb ik nog een artikel over haar geschreven en geplaatst op mijn weblog Arte delle Donne: http://artedelledonne.wordpress.com/2013/01/30/elisabeth-sonrel-een-art-nouveau-kunstenares/

Gisteren heb ik de les over Art Nouveau posters & affiches gegeven en mijn studenten waren erg enthousiast over Elisabeth Sonrel, net als veel mensen die mijn artikel op Arte delle Donne hebben gelezen en vervolgens mailen dat ze meer willen weten over deze vrouw en haar prachtige kunst! Een extra stimulans om me verder in deze vrouw te verdiepen, haar werken te zoeken, haar biografie compleet te maken en uiteindelijk te publiceren in een mooi boek. Na het lanceren van mijn boek over Camille Claudel (1864-1943) is de weg vrij voor Elisabeth Sonrel (1874-1953).

© 2013 Karin Haanappel

Nieuwe website over vrouwelijke kunstenaars

Een nieuwe tijd vraagt om een nieuwe website 😉
In de zomer van 2009 richtte ik het Instituut voor Vrouwelijke Kunstgeschiedenis op, vandaag heeft dit instituut een extra website gekregen. Hierop is het actuele aanbod in Nederland en België terug te vinden van kunsthistorici die cursussen en lezingen geven over vrouwelijke kunstenaars of waar de verhouding man/vrouw redelijk in balans is.

tegelwijheid Herstory of Art

Het Instituut voor Vrouwelijke Kunstgeschiedenis doet onderzoek naar de rol van vrouwelijke kunstenaars binnen de algehele kunstgeschiedenis. Doel is de vrouwelijke kunstenaars een (grotere) plaats te geven in de canon van de geschiedenis der kunsten zodat duidelijk wordt dat kunst van meet van aan gemaakt is door mannen én vrouwen. Op 8 maart 2012 is het boek ‘Herstory of Art’ van kunsthistorica Karin Haanappel verschenen,  waarbij een eerste stap is gezet naar de egaliteit in de kunstgeschiedenis. Het Instituut voor Vrouwelijke Kunstgeschiedenis verzorgt ook onderwijs in de vorm van studiedagen, cursussen, lezingen, workshops, excursies en reizen.

Deze website heeft tot doel het actuele aanbod van cursussen en lezingen over vrouwelijke kunstenaars in Nederland en België meer bekendheid te geven. Wanneer de cursussen en lezingen afgelopen zijn, komen zij in het archief van deze website. Staat jouw activiteit er niet bij, stuur dan even een email naar info@vrouwelijkekunstenaars.nl

www.vrouwelijkekunstenaars.wordpress.com voor het actuele aanbod van cursussen en lezingen over vrouwelijke kunstenaars in Nederland en België (of waar de verhouding man/vrouw redelijk in balans is).

Berthe Morisot in de spotlights op weblog Arte delle Donne

Niemand vertegenwoordigt het impressionisme met meer talent en met meer autoriteit dan Berthe Morisot….. Dat zijn de woorden die kunstcriticus Gustave Geffroy in 1881 schreef. Geffroy hoorde tot de groep critici die zich vanaf het begin positief uitliet over het impressionisme. Het is interessant om te zien hoe hij Morisot op waarde weet te schatten terwijl men vandaag de dag amper met haar werk bekend is. Dat ligt noch aan Geffroy, noch aan Morisot maar heeft alles te maken met de male gazewaarmee de canon van de kunstgeschiedenis, gecreëerd in het midden van de 19e eeuw, in latere tijden is aangevuld.

 

In mijn boek ‘Herstory of Art’ (2012) heb ik duidelijk gemaakt waarom vrouwelijke kunstenaars vaak in de vergetelheid zijn geraakt of in de schaduw bleven staan van ‘de grote meesters’. Immers, de kunstgeschiedenis is hoofdzakelijk gericht op ‘dead white male artists’. Het is nog steeds overduidelijk zijn verhaal (his story) dat de canon van de kunstgeschiedenis bepaalt. ‘Herstory of Art’ toont aan dat het noodzakelijk is om de kunstgeschiedenis aan te vangen met de vroegste kunstuitingen in de oude steentijd. Niet alleen wordt dan zichtbaar dat vrouwelijke kunstenaars evengoed een essentiële rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van de kunsten en geenszins in de marges van de kunstgeschiedenis staan, ook wordt duidelijk dat vrouwelijke kunstenaars volop meebewegen op gelijke voet met mannelijke kunstenaars……..

Lees verder: http://artedelledonne.wordpress.com/2012/10/28/berthe-morisot-de-impressionist-onder-de-impressionisten/

Uit de schaduw van Rodin op weblog Camille Claudel Statuaire

In de zomer van 2000 benaderde het Singer Museum Laren mij met de vraag of ik een bijdrage wilde leveren aan de tentoonstelling over Camille Claudel die zij zouden gaan organiseren van januari t/m april 2001. Zonder een moment te twijfelen heb ik meteen JA gezegd. Voor iemand die is afgestudeerd op het oeuvre van Camille Claudel is dit een geweldig project!! We spraken af dat ik o.a. een artikel zou schrijven voor het Singer Bulletin en verschillende lezingen zou geven in het Singer Theater.

Ondertussen was ik ook zwanger van mijn oudste kind, een zoon die geboren werd toen de tentoonstelling in Laren opende. Met het kleine manneke ging ik, zo snel als mogelijk, naar Laren en herinner me nog als de dag van gisteren dat ik met mijn zoontje door de zalen van het museum liep. Het was heel vroeg in de ochtend en het museum was nog niet geopend voor publiek zodat wij de werken van Camille Claudel voor ons alleen hadden. Magische, haast tijdloze momenten waarin je letterlijk het leven draagt…….

De tentoonstelling was een groot succes en zelfs nog met 2 weken verlengd!! Mijn lezingen in het Singer Theater waren zo snel uitverkocht dat er extra voorstellingen zijn gepland, die ook weer binnen de korste keren uitverkocht waren. Een gedenkwaardig project om vol trots op terug te kijken.

Bij de tentoonstelling verscheen het Singer Bulletin (dat ook al snel uitverkocht was) daarin stond o.a. mijn artikel over Camille Claudel: uit de schaduw van Rodin. Het is na te lezen op mijn weblog Camille Claudel Statuaire: http://camilleclaudelstatuaire.wordpress.com/2012/06/26/camille-claudel-uit-de-schaduw-van-rodin/