De wereldtentoonstellingen van 1889 en 1900

Dit artikel is verschenen in En Route magazine (winternummer 2014).

Porte d'Expo 1889

De Eiffeltoren bestaat dit jaar 125 jaar. Gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1889 zou het gevaarte eigenlijk maar twintig jaar overeind blijven, om vervolgens plaats te maken voor iets nieuws. Maar ‘La dame de fer’ bleek zeer geschikt als communicatietoren. Ze kreeg een antenne en mocht blijven staan. Inmiddels is zij hét symbool van Parijs. Veel andere bouwwerken van de ‘Expositions Universelles’ van 1889 en 1900 moesten wél wijken voor de moderniteit. Karin Haanappel maakte een reportage over deze verdwenen kunstschatten voor En Route.

In 1889 herdacht Frankrijk de 100e verjaardag van de bestorming van de Bastille, een gebeurtenis die beschouwd wordt als het startmoment van de Franse Revolutie. In de tussenliggende honderd jaar had Frankrijk heel wat politieke schommelingen doorgemaakt. Sinds 1871 was de Derde Republiek van kracht en tijdens de Exposition Universelle van 1889 moest deze Republiek, met een knipoog naar 14 juli 1789, uitbundig gevierd worden. De Franse Staat liet dan ook een monumentale toegangspoort bouwen die de triomf van de republiek moest symboliseren. De ontwerper van deze toegangspoort was Gustave Eiffel. Twee jaar eerder had hij de prijsvraag gewonnen die uitgeschreven was door het ministerie van handel en industrie en was zijn ontwerp uitgekozen om gerealiseerd te worden. Niet alleen voor die paar maanden van de wereldtentoonstelling, mais pour toujours, pour la République.

Palais_de_l'Industrie_-_Édouard_Baldus

Palais de l’Industrie
Het fenomeen van de wereldtentoonstelling dateert uit 1851. In dat jaar wordt in Londen de Great Exhibition of the Works of Industry of all Nations gehouden in het speciaal daarvoor ontworpen Crystal Palace, een gebouw dat volledig is opgetrokken uit gietijzer en glas. Het is in zeer korte tijd met geprefabriceerde onderdelen in elkaar gezet. Engeland toont zich hiermee prominent aan kop op het gebied van de industriële technologie. Uit de hele wereld is van alles bij elkaar gesleept om in dit wonderlijke gebouw te plaatsen, dat qua interieur een toonbeeld is van Victoriaanse cultuur.

Uiteraard kan Frankrijk dit gebeuren niet zomaar over zich heen laten gaan. In 1855 kondigt Keizer Napoleon III dan ook de Exposition Universelle aan. Net als Londen moet natuurlijk ook Parijs een ingenieus gebouw krijgen. Zo ontstaat het Palais de l’Industrie et des Beaux-Arts, tussen de Champs-Élysées en de Seine.

Na de expo van 1855 wordt het paleis gebruikt als tentoonstellingsruimte voor de jaarlijkse Salons, waar kunstenaars hun werken exposeren. Ook doet het dienst tijdens de wereldtentoonstellingen van 1867, 1878 en 1889, om vervolgens in 1897 te worden afgebroken. Parijs treft op dat moment de voorbereidingen voor de Exposition Universelle de 1900 en het Palais de l’Industrie moet plaatsmaken voor het Grand Palais en het Petit Palais, de pronkstukken van 1900 die tot op de dag van vandaag overeind staan.

1889_vuegeneral

1889
De wereldtentoonstelling van 1889 is een spectaculaire gebeurtenis en niet alleen vanwege de Eiffeltoren. Van 6 mei tot 31 oktober kunnen bezoekers kennismaken met de culturele en technologische hoogstandjes van West-Europa.  Ook het koloniale bezit van de diverse landen wordt tentoongesteld. Er is dan nog geen televisie en geen massatoerisme. Om de wereld te ontdekken moet je dus naar de wereldtentoonstelling, waar de wereld vanuit westers perspectief naar het publiek wordt gebracht.

Het zijn echter niet alleen objecten die geëxposeerd werden, ook dieren en mensen werden uitgestald. Op een terrein van ruim 50 hectaren – het Champ de Mars, het Trocadéro en de Esplanade des Invalides – kan het publiek in 1889 genieten van een industriële en exotische wereld die gepresenteerd wordt in diverse paviljoens en en-plein-air.

zoo-humain-jardin-dacclimation-paris-1895

Village Nègre
Om de bezoekers van het terrein bij het Champ de Mars naar de Esplanade des Invalides te brengen, rijdt er een speciale trein, ontworpen door de firma Decauville. Deze spoorlijn beslaat zo’n drie kilometer en is een favoriete attractie bij het publiek. Iedereen wil wel een ritje maken met dat ijzeren monster.

De trein is echter niet de topattractie van 1889. Dat is de Village Nègre aan de voet van de Eiffeltoren, waar meer dan 400 indigènes (inboorlingen) uit Frans koloniaal gebied worden geëxposeerd in een soort etnologische dierentuin. Deze mensen, die als sauvages (wilde dieren) worden beschouwd, bevinden zich achter hekken en kunnen bekeken en gevoerd worden. Hun handelingen worden gadegeslagen en vaak ook bespot.

Les Zoos Humains ontstaan in de jaren zeventig van de 19e eeuw. Ze zijn niet alleen bedoeld als entertainment, maar vooral om de superioriteit van het blanke ras te onderstrepen. Wetenschappelijk antropologisch onderzoek moet aantonen dat er een hiërarchie van menselijke rassen bestaat, waarbij het blanke ras de ranglijst aanvoert. Om het publiek van deze gedachte te doordringen, gaan Les Zoos Humains deel uitmaken van de wereldtentoonstellingen. Parijs is zeker niet de enige stad waar het imperialisme zich laat gelden, al is de Expo van 1889 wel een van de eerste met een Village Nègre. Hoewel we deze menselijke dierentuinen in de context van die tijd moeten plaatsen, krijgen de woorden liberté, égalité et fraternité hier een wrange bijsmaak.

galerie des machines 1889

Galerie des Machines
Het indrukwekkendste paviljoen in 1889 is zonder twijfel de Galerie des Machines. Met een spanwijdte van ruim 110 meter en een hoogte van meer dan 43 meter is het niet te missen op het uiteinde van het Champ de Mars. Het gebouw bevindt zich vlak voor de École Militaire en is uit gietijzer en glas vervaardigd. Een dergelijke spanwijdte is volledig nieuw en overtreft alle voorgaande glas-ijzerconstructies. Net als bij de Eiffeltoren wordt ook voor de Galerie des Machines gebruik gemaakt van een techniek die tot dan toe uitsluitend is gebruikt voor bruggen en treinstations. Frankrijk triomfeert, niet alleen als republiek, maar ook in de industriële techniek. Schrijver Joris- Karl Huysmans is zo onder de indruk van de Galerie des Machines dat hij het gebouw ‘La Cathédrale du XIXe Siècle’ noemt. Tot de sloop in 1909 is het pronkstuk het grootste metalen gebouw in Europa. Het wordt uiteindelijk afgebroken omdat de stad Parijs weer vrij zicht over het Champ de Mars wil hebben.

palais beaux arts 1889

Palais des Beaux-Arts
Andere gebouwen die in 1889 indruk maken zijn het Palais des Beaux-Arts en het Palais des Arts Libéraux, allebei ontworpen door Jean-Camille Fromigé. Vanuit de Eiffeltoren gezien, zijn deze tweelinggebouwen parallel aan elkaar geplaatst richting de industriehallen. Monumentale trappen leiden naar de ingangen onder de koepels. Deze veelkleurige koepels zijn een prachtige uitdrukking van de op hand zijnde art nouveau stijl; meer dan zeshonderd geglazuurde tegels in blauw en topaastinten sieren elke koepel. Ook deze paleizen verdwijnen in 1897 om plaats te maken voor bouwwerken van de wereldtentoonstelling van 1900.

porte de la place de la concorde 1900

Porte de la Place de la Concorde
Paviljoens zoals de Galerie des Machines en de kunstpaleizen hebben de weg vrijgemaakt voor een nieuwe kunst, die zich in de daaropvolgende jaren steeds duidelijker manifesteert en tijdens de wereldtentoonstelling van 1900 een voldongen feit wordt. In 1895 opent de Franse kunsthandelaar Siegfried Bing zijn Gallerie de l’Art Nouveau en op de Expo van 1900 heeft hij een eigen paviljoen. Al snel wordt duidelijk dat nagenoeg alle Europese landen een variant van de art nouveau tonen, die zij jugendstil, modern style, modernismo of secession noemen. In de architectuur heeft men gebroken met historiserende neostijlen en qua decoratie is men niet schuw van weelderigheid en kleur. Een zeer fraai voorbeeld hiervan is de Porte de la Place de la Concorde. Deze belle époque-toegangspoort leidt via een park langs de Seine naar de Nouvelle Avenue, waar twee schitterende paleizen als onbetwiste hoogstandjes tegenover elkaar zijn geplaatst: het Grand Palais en het Petit Palais.

Paris_Exposition_moving_sidewalk,_Paris,_France,_1900_-_S03_06_01_014_image_9893

Lopende banden
De wereldtentoonstelling van 1900 wordt gehouden van 14 april tot 12 november en trekt ruim 50 miljoen bezoekers! Voor Parijs is het de vijfde keer binnen een halve eeuw dat er een Exposition Universelle wordt georganiseerd. De Expo moest alle vorige edities overtreffen en is zonder meer het hoogtepunt van het fin de siècle. Enerzijds blikt men terug naar het verleden – vooral naar de verworvenheden van de 19e eeuw – anderzijds kijkt men vooruit naar de ontwikkelingen en vernieuwingen van de twintigste eeuw. Wereldtentoonstellingen zijn inmiddels een ware pelgrimage van de moderne tijd geworden.

Net als in 1889 worden de bezoekers van de ene kant van de expo naar de andere kant vervoerd. Graag wil men tijdens de opening op 14 april gebruik maken van het nieuwste vervoersmiddel, de metro, maar dat lukt helaas niet. Pas op 19 juli 1900 rijden de eerste wagons tussen Porte Vincennes en Porte Maillot. Wel op tijd gereed is het driedubbele trottoir tussen de het Champ de Mars en de Esplanade des Invalides. Hierop kan men uiteraard lopen, maar ook op één van de twee ingevoegde lopende banden stappen die, uiteraard in verschillende snelheden, de mensen over het terrein vervoeren. Deze lopende banden zijn, evenals de roltrap, een van de nieuwste technologische uitvindingen.

1900-vue-generale

 Le Vieux Paris
Terwijl de bezoekers zich over de trottoirs voortbewegen, passeren zij Le Vieux Paris. In 1852 had Keizer Napoleon III namelijk opdracht gegeven aan baron Haussmann om het oude, middeleeuwse Parijs om te vormen tot een nieuwe, moderne stad. Alles werd op z’n kop gezet, geen wijk bleef onaangetast. Vele huizen werden onteigend en gesloopt om plaats te maken voor brede avenues en grote boulevards, waarlangs statige gebouwen verrezen. Ook kwamen er nieuwe tuinen en parken.

Door Haussmanns rigoureuze aanpassingen is Parijs anno 1900 een stad die la vie moderne uitademt, een ware metropool. De kronkelige middeleeuwse straatjes met de vakwerkhuizen zijn voorgoed verleden tijd, behalve tijdens de wereldtentoonstelling, waar men nog één keer terugblikt op Le Vieux Paris: vakwerkhuizen keren voor de duur van enkele maanden terug en figuranten lopen rond in middeleeuwse kostuums.

Het contrast tussen het oude Parijs en de belle époque-gebouwen is echter groot. Een van de fraaiste decoraties op de Expo is het Château de l’Eau, een droomdecor dat zich voor het Palais de l’Électricité bevindt, op het Champ de Mars. Het water stroomt vanuit een drie meter hoge grot naar beneden in een bassin van bijna tien meter breed, waar diverse fonteinen het weer in de lucht sproeien: l’Humanité conduite par le Progrès, s’avançant vers l’Avenir.

Le_Chateau_d'eau_and_plaza,_Exposition_Universal,_1900,_Paris,_France

 Het einde van de belle époque
De toekomstgedachte heerst bij velen die naar de Exposition Universelle van 1900 komen. Zo ook bij kunstenaars als beeldhouwer Auguste Rodin. De Franse staat heeft hem niet uitgenodigd om tijdens de Expo in het Grand Palais te exposeren. Met steun van vrienden en kennissen laat hij daarom een eigen paviljoen bouwen op de Place de l’Alma, waar hij een overzichtstentoonstelling van zijn eigen werken presenteert: tekeningen, sculpturen en foto’s. Door de grote internationale toeloop op de wereldtentoonstellingen is dit hét moment waarop Rodin bij het grote publiek bekend raakt. Vooral rijke Amerikaanse verzamelaars sluiten hem in hun armen en zorgen ervoor dat hij wereldfaam verwerft.

Na afloop van de wereldtentoonstelling laat Rodin het Pavillon de l’Alma verplaatsen naar de tuin van zijn huis in Meudon, de Villa des Brillantes, om het als atelier te kunnen gebruiken. In 1925 wordt het afgebroken. Rodin is dan reeds overleden en de belle époque is ook passé. De art déco heeft haar intrede gedaan en Parijs is veranderd in La Cité des Années Folles …

© 2014 Karin Haanappel

Elisabeth Sonrel ontdekt, lees meer op weblog Arte delle Donne

Afgelopen woensdag toen ik mijn les over Art Nouveau posters & affiches aan het voorbereiden was en op zoek ging naar HR afbeeldingen via google, kwam ik op een Franse website vol prachtige afbeeldingen. Ineens zag ik haar naam: Elisabeth Sonrel, het stond geschreven tussen Alphonse Mucha, Jules Chéret, Henri Toulouse-Lautrec…..

7316948278_9a4e44f9ce_o

Gefascineerd door het feit dat er een vrouwelijke Art Nouveau kunstenaar rond 1900 werkzaam was geweest, ben ik me verder gaan oriënteren. Al snel kwam ik erachter dat haar werk erg populair was in het Fin-de-Siècle en de laatste 20 jaar weer aan belangstelling toeneemt. Haar werken doen het goed bij de internationale veilinghuizen, al leveren ze (nog) geen hoofdprijzen op. De informatie rondom haar persoon is summier en soms ook foutief. Sotheby’s laat haar geboren worden in het jaar 1874 (dat klopt) en sterven in 1974 (dat klopt niet, zij stierf in 1953). Renoir Fine Art Inc. heeft een biografie over haar gepubliceerd en schrijft dat zij leerlinge is geweest van Jules Lefvbre (dat klopt) aan de Académie des Beaux-Arts. Dat laatste kan niet kloppen want de Académie was destijds nog niet toegankelijk voor vrouwelijke leerlingen. In mijn boek ‘Herstory of Art‘ staat dat uitgelegd. Omdat ik weet dat Lefvbre ook gedoceerd heeft aan de Académie Julian (die wel open stond voor vrouwen) heb ik daar in het archief gekeken of Elisabeth Sonrel genoemd werd. En voilà: zij is in 1892 afgestudeerd aan de Académie Julian en haar ‘meesterwerk’ wordt nog steeds bewaard in het Musée des Beaux-Arts in Tours, haar geboorteplaats.

kalender 1904 Elisabeth Sonrel

Haar werk spreekt mij enorm aan en maakt mij erg nieuwsgierig naar de persoon erachter. Diezelfde dag heb ik nog een artikel over haar geschreven en geplaatst op mijn weblog Arte delle Donne: http://artedelledonne.wordpress.com/2013/01/30/elisabeth-sonrel-een-art-nouveau-kunstenares/

Gisteren heb ik de les over Art Nouveau posters & affiches gegeven en mijn studenten waren erg enthousiast over Elisabeth Sonrel, net als veel mensen die mijn artikel op Arte delle Donne hebben gelezen en vervolgens mailen dat ze meer willen weten over deze vrouw en haar prachtige kunst! Een extra stimulans om me verder in deze vrouw te verdiepen, haar werken te zoeken, haar biografie compleet te maken en uiteindelijk te publiceren in een mooi boek. Na het lanceren van mijn boek over Camille Claudel (1864-1943) is de weg vrij voor Elisabeth Sonrel (1874-1953).

© 2013 Karin Haanappel

150 jaar Gustav Klimt

Op 14 juli 2012 is het precies 150 jaar geleden dat Gustav Klimt werd geboren. Reden voor de stad Wenen om dit uitvoering te herdenken met exposities in diverse musea. Immers, Klimt heeft nagenoeg zijn hele leven doorgebracht in de Oostenrijkse hoofdstad en Wenen is met recht trots op deze kunstenaar. Dat is niet altijd zo geweest want tijdens zijn leven was Klimt zowel omstreden als succesvol. Tegenwoordig wordt hij gezien als een van de centrale figuren van het Weense Fin-de-Siècle, het tijdperk dat met de Secession-beweging het begin van de moderne kunst inluidde.

  

Gustav Klimt werd geboren als tweede van zeven kinderen in het dorp Baumgarten, in het buitengebied van Wenen. Al snel trokken zijn ouders naar de stad Wenen en woonden achtereenvolgens op verschillende adressen. Gustav en zijn broers en zussen groeiden op in een Wenen dat grote veranderingen onderging. In 1857 had keizer Franz-Joseph opdracht gegeven tot de sloop van de oude stadsmuren en grachten. Op deze plek liet hij een cirkelvormige boulevard aanleggen: de Ringstraße. Langs de boulevard moesten imposante gebouwen komen die de glorie van het Habsburgse Rijk zouden symboliseren. De Ringstraße was overduidelijk bedoeld als pronkstuk en deed beslist niet onder voor de ‘Hausmanniaanse’ veranderingen in Parijs die gelijktijdig plaatsvonden in opdracht van keizer Napoleon III.

Gustav Klimt groeide op in een hecht gezin dat het niet altijd even breed had. Zijn leven lang zal het contact met ouders, broers en zussen heel goed zijn. Met veel inspanningen en opofferingen lukte het zijn ouders om hun begaafde zoon Gustav naar de Kunstgewerbeschule te laten gaan, de latere hogeschool voor toegepaste kunst. Al snel bevond hij zich in het gezelschap van een grote groep kunstenaars die meewerkten aan de decoratie van de zojuist neergezette gebouwen aan de Ringstraße. Een van zijn bekendste werken uit deze tijd is het schilderij van het oude Burgtheater (1888/89).

Samen met zijn broer Ernst en met Franz Matsch richtte hij de ‘Künstler-Compagnie’ op, die tien jaar lang in Wenen en in de hele Donaumonarchie meewerkte aan de decoratie van paleizen, villa’s, theaters en musea.  Na de dood van zijn broer Ernst begon de werkgroep uit elkaar te vallen. Ondertussen was Gustav Klimt het decoreren van gebouwen in een historiserende stijl ontgroeid en onder invloed van het symbolisme zocht hij naar een eigen vormentaal, die het hem mogelijk maakte zielenlandschappen te vervaardigen die ontstaan uit donkere gevoelens en hoopvolle droombeelden…… Zijn zoektocht paste precies in de tijdgeest van het Weense fin-de-siècle waar alle kunsten zochten naar nieuwe wegen.

 

In 1897 richtte Klimt met o.a. Hoffmann, Olbrich, Wagner en Moser de Wiener Secession op. Het was een afsplitsing (=secessie) van het Wiener Künstlerhaus, waar het traditionalisme (de historiserende, academische stijl) hoog werd gehouden. De Wiener Secession wilde geen traditie meer en liet zich inspireren door voorgangers in Berlijn en in München, waar al eerder secessiebewegingen waren opgericht. Binnen enkele jaren slaagden zij erin de stad te moderniseren en als kunstcentrum een nieuwe eeuw binnen te leiden. De Wiener Secession organiseerde vanaf 1898 tentoonstellingen en gaf het tijdschrift Ver Sacrum uit. Met het tijdschrift wilde men niet alleen het publiek van de activiteiten van de Wiener Secession op de hoogte stellen, maar ook hun standpunten formuleren in actuele artistieke en kunstpolitieke kwesties. De pers was lovend over de eerste tentoonstelling, waar ook werk van buitenlandse kunstenaars als Puvis de Chavannes en Rodin te zien was. Zo’n tentoonstelling is er in Wenen nog nooit geweest. Een tentoonstelling namelijk die inderdaad de kunst van tegenwoordig, de grote internationale ontwikkelingen in de kunst laat zien, aan de hand van een hele serie van de meest karakteristieke meesterwerken. Geen belegen, uit musea betrokken werken, maar vruchten van de meest tegenwoordige tijd, waarvan de oogst jaarlijks te zien is in de meer westelijk gelegen kunststeden, terwijl wij er alleen maar over in de krant kunnen lezen….

 

Al snel werd besloten een eigen gebouw te betrekken. De stad Wenen stelde niet ver van de Karlsplatz bouwgrond ter beschikking voor de periode van 10 jaar. Na afloop van deze termijn moest het gebouw worden afgebroken en de bouwgrond zou weer worden afgestaan aan een nieuw project (dit is overigens nooit gebeurd want het gebouw is nog steeds te bezichtigen). Olbrich kreeg de opdracht voor het ontwerp en binnen 6 maanden was de bouw voltooid. Doordat alle bij de bouw betrokken kunstenaars belangenloos meewerkten, bleven de bouwkosten beperkt tot omgerekend ca. 30.000 euro. Met de buitenkant van het gebouw wilde men de symbolische betekenis ervan als tempel van de kunst benadrukken: op elkaar geplaatste kubussen en rechthoekige elementen werden bekroond door een opengewerkte kubus met een gouden bol met laurierbladeren. Met de zinspreuk Der Zeit Ihre Kunst – der Kunst Ihre Freiheit die boven de ingang werd aangebracht, werd de ideële betekenis van het bouwwerk geaccentueerd.

De belangrijkste expositie van de Secession was de XIVe tentoonstelling in het voorjaar van 1902, een tentoonstelling gewijd aan Ludwig van Beethoven en waar het ideaal van de Wiener Secession, das Gesamtkunstwerk, volop tot uitdrukking was gebracht. Max Klinger had een beeld van Beethoven vervaardigd uit verschillende materialen. Een aantal kunstenaars had muurschilderingen en reliëfs aangebracht. Gustav Klimt leverde de belangrijkste bijdrage met zijn Beethovenfries. Daarvoor had hij zich laten inspireren door de 9e symfonie van Beethoven, met name door het imposante slotkoor, Schillers Ode an die Freude. Dit verhaal werd door Klimt uitgewerkt in op elkaar aansluitende scènes met een totale lengte van meer dan 34 meter. Ter completering van het geheel voerde Gustav Mahler, destijds hoofd van de Hofopera, op de avond voor de officiële opening een eigen bewerking van op van de 9e symfonie van Beethoven.

Met de dominerende ornamentiek en het uitbundig gebruik van goud, die kenmerkend zijn voor de Beethovenfries, begint in het werk van Gustav Klimt de ‘gouden periode’ die in het in 1908 gereedkomende schilderij De Kus zijn hoogtepunt beleeft. Met krachtige symboliek en een uitnodigend decor bewijst het werk in die jaren eer aan de zinnelijke lust. Maar ook de donkere kant van het menselijk bestaan wordt hier afgebeeld, de dreiging van dood en verval. De Kus geldt wereldwijd als het icoon van de Wiener Secession en bevindt zich tegenwoordig in het Oberes Belvédère in Wenen.

De bekroning van de Wiener Secession en de Wiener Werkstätte (opgericht in 1903 in navolging van de Engelse en Schotse hervormingsbewegingen van de kunstnijverheid) werd tussen 1905 en 1911 gerealiseerd met het Palais Stoclet in Brussel. Deze villa gelegen aan de Avenue Tervuren, werd vervaardigd in opdracht van Adolphe Stoclet (1871-1949). In de stad van Horta, Van der Velde en Hankar waren het dit keer Hoffmann, Klimt en de Wiener Werkstätte die een Gesamtkunstwerk creëerden, van tafelbestek tot tuinarchitectuur, van voorgevel tot badkamer, over de hele linie heerst een onderlinge samenhang van diverse elementen.

Hoffmann schreef in zijn memoires: Vanaf het begin was er geen sprake van enige financiële belemmering. Stoclet wilde een groot en uitzonderlijk huis, was zeer kunstminnend en gaf ons in alles volledig de vrije hand. Niemand is er ooit achter gekomen wat het huis gekost heeft. Stoclet heeft dat geheim, samen met zijn door Hoffmann ontworpen zwart/ witte zakdoek, mee in zijn graf genomen. Maar alleen de toegepaste materialen moeten al een fortuin hebben gekost nog afgezien van het gigantische werk dat niet alleen door ambachtslieden maar ook door kunstenaars werd uitgevoerd. Klimt heeft lange tijd aan de ontwerpen gewerkt en bij de uitvoering ervan door de Wiener Werkstätte heeft alles nog eens steng gecontroleerd. Het fries dat Klimt ontworpen heeft voor de eetkamer van Palais Stoclet in Brussel bestaat uit 15 witte marmeren panelen, 7 aan elke muur en de laatste los in de erker geplaatst. In de panelen zijn koperen en zilveren plaatjes, koralen, halfedelstenen, gouden mozaïeken en stukjes emaille ingelegd. Alleen het materiaal kostte destijds al zo’n 100.000 kronen; Klimt zal datzelfde bedrag ook nog eens aan honorarium gevraagd hebben. Als je dan beseft dat een hoog ambtenaar per jaar ongeveer 7000 kronen verdiende, kun je je enigszins voorstellen wat een fortuin deze stadsvilla gekost moet hebben.

Gustav Klimt en vrouwen: “… want ik vrees en respecteer echte liefde …”
Klimt heeft zich, met uitzondering van zijn vroegste werk, bij zijn portretten alleen toegelegd op afbeeldingen van vrouwen. Samen met zijn tekeningen laten die zien dat hij één van de grootste erotici van de kunstgeschiedenis is.

Over Gustav Klimt, die nooit trouwde en bij zijn moeder bleef wonen tot aan haar dood, deden in het Wenen van rond de eeuwwisseling vele geruchten de ronde, over affaires met zijn modellen en ook met de opdrachtgeefsters voor portretten, die uit de hoogste burgerlijke kringen komen. Klimt, die vaak op foto’s staat in zijn schildersmantel, die wel een monnikspij lijkt, en dan een strenge, afstandelijke pose aanneemt, zou 14 buitenechtelijke kinderen gehad hebben. Ook zijn levenslange verbondenheid met Emilie Flöge blijft onduidelijk. Als hun briefwisseling na tientallen jaren gevonden wordt, lijkt die geen enkele uitleg te bieden en alleen over het alledaagse te gaan. En toch klinkt hieruit een decennialange diepe verbondenheid tussen Emilie Flöge en de schilder. Maar wat er ook van de vele geruchten waar geweest mag zijn, er zijn tijden waarin de gebeurtenissen zich zodanig toespitsen dat zelfs Klimt, zoals hij eens toegeeft, zelf niet meer weet hoe het met zijn verhoudingen zit. Als hij na het schandaal met Alma Schindler (die later Alma Mahler-Werfel wordt) vanuit Venetië terugvlucht naar Wenen, vergeet hij niet meteen een telegram naar Emilie Flöge te sturen om zijn komst aan te kondigen. Mogelijk heeft hij er op dat moment ook aan gedacht dat twee van zijn modellen bijna moesten bevallen en dat hij het vaderschap over deze kinderen zou erkennen. Klimt beperkt zich echter niet tot het afbeelden van naakte jonge vrouwen, maar geeft vorm aan alle vormen van vrouwelijkheid, zwangerschap net zo zeer als ouderdom en het verlies van lichamelijke schoonheid. In overeenstemming met het denken van zijn tijd maakt de vrouwelijkheid voor Klimt deel uit van de natuur, en door zijn afbeeldingen van vrouwen geeft hij uitdrukking aan de natuurlijke cyclus van opkomst en ondergang.

Na drie decennia van intensief werken, met talrijke overwinningen en ook de nodige vijandelijkheden, werd  Gustav Klimt getroffen door een beroerte (als gevolg van syfillis). Op 6 februari 1918, slecht 55 jaar oud, sterft hij. Zijn graf bevindt zich op het kerkhof van Hietzing. In datzelfde jaar stierven vele geestverwante pioniers in Wenen, zoals Otto Wagner, Kolo Moser en Egon Schiele. Daarnaast was het sterfjaar van Klimt tevens het einde van de Donaumonarchie. Het einde van de Eerste Wereldoorlog betekende ook het einde van het Habsburgse keizerrijk.

Voor een overzicht van de exposities in Wenen ter gelegenheid van 150 jaar Gustav Klimt, kijk op de volgende websites:
http://www.austria.info/nl/cultuur/gustav-klimt-jaar-2012-1555843.html

Wil je een lezing organiseren over Gustav Klimt? Voor meer informatie klik hier